Ongewenste bedgenoot

Niezen, jeukende ogen, een verstopte of juist lopende neus. Het zijn symptomen die meestal duiden op verkoudheid of griep. Maar wanneer ze aanhouden, soms nog vergezeld gaan van hoesten, kortademigheid, of eczeem, kan er sprake zijn van een allergie. En wel voor de -ook bij u onvermijdelijk aanwezige- bedgenoot: de dermatophagoides pteronyssinus trouessart, oftewel de huisstofmijt.

De goede tijd van het jaar komt eraan. Het op een spinnetje lijkende, witte bolletje houdt van de combinatie vochtige herfst en hoge thermostaatstand. Met name in goed geïsoleerde, slecht geventileerde huizen gedijt hij goed. Met zijn 0,3 millimeter doorsnede nestelt hij zich het liefst in warme, vochtige kussens, matrassen en kleren. Maar men treft hem -weliswaar niet met het blote oog- ook aan in stoffen meubels en hoogpolig tapijt. Zijn dagelijkse kost: menselijke en dierlijke huidschilfers.

Op zich doet het beestje zelf weinig kwaad. Het zijn met name zijn uitwerpselen die schadelijk voor de gezondheid zijn. Die bevatten de stof -het allergeen- die bij ruim één miljoen Nederlanders allergie opwekt. Eenmaal opgedroogd, vallen de huisstofmijtkeutels in minuscule deeltjes uiteen en dwarrelen als onzichtbaar stof door het huis. Via inademing komen ze in het menselijk lichaam terecht.
Valt daar wat aan te doen?
Wie op internet op de term ‘huisstofmijt’ zoekt, krijgt websites vol adviezen en voorzorgsmaatregelen op zijn scherm. Belangrijkste zijn het tegengaan van stof en vocht. Door regelmatig stofzuigen, voldoende ventileren en veel wassen van beddegoed wordt de huisstofmijtpopulatie aangepakt.

bron: Trouw